A MONUMENT FOR MY DEAREST FATHER

Brief van mijn vader: Ik Tommy Salki geboren 2 maart 1936 als zoon van een beroepsmilitair. Mijn leven wordt al heel vroeg geregeerd door oorlogen. Japan bezet Indië, mijn vader komt in een kamp. Wij kinderen, mijn zusjes 3 en 4 jaar oud. Ik ben 5 jaar. Mijn moeder is er niet en wij kinderen staan helemaal op ons zelf. Wij begrijpen er niets van, mijn moeder is weg, later hebben we vernomen dat mijn moeder door de Jappen is vermoord. Voor mij waren het 4 verschrikkelijke jaren, honger en ziektes, zoals Beri Beri. Na de bevrijding werden we door mijn vader opgehaald, maar het duurde niet lang of er was weer oorlog. Indië wilde graag zelfstandig zijn dus; oorlog, tussen Nederland en Indonesië. Wij zaten niet meer in een kamp maar mijn vader moest weer in de oorlog, en mijn moeder was er niet. Wij kregen een stiefmoeder waar we op geen enkele wijze mee om konden gaan. We kregen niets te eten, we moesten ons zelf maar redden. Weer verschrikkelijke jaren voor een kind van mijn leeftijd. Mijn vader keerde terug uit de oorlog en trouwde met de vrouw die onze stiefmoeder werd. Het duurde niet lang. Als dank voor de hulp aan Nederland moesten we vluchten. Wij werden midden in de nacht opgehaald met alleen onze kleren die we aanhadden als onze bagage, meer konden we niet meenemen en moesten naar Nederland. In Nederland aangekomen hadden we het verschrikkelijk koud. We kregen toen kleren van het Leger des heils. We moesten naar een kamp waar ook Ambonezen waren en dat, ging niet lang goed. Mijn vader moest naar nieuw Guinea, en wij moesten weer mee. Na de soevereiniteitsoverdracht kwamen we wee naar Nederland. We moesten in een pension in Nunspeet van daaruit werden mijn ouders overgeplaatst naar Valkenburg. Ik mocht toe de school afmaken, want ik had geen lagere school, door de oorlog gehad. Ik ben bij de broeders mogen blijven totdat ik de LTS afhad. Later ging ik ook naar Limburg, ook weer verschrikkelijk, het eten was net varkensvoer en te weinig. Mijn vader en moeder konden niet klagen want ze kenden geen Nederlands, en zelf eten ging niet want we hadden geen geld. We kregen drie gulden per week. Mijn vader was zwaar ziek van verdriet, 32 dienstjaren, medailles, 7 stuks o.a. het kruis van de vrede. Maar geen geld geen woning. Leven van giften. We leefden in Armoede, kleren kopen moesten we accepteren die we kregen. Mijn vader kon er niet tegen en kreeg een zware hartaandoening en overleed. Daar zat ik als jongen van 18 jaar. Een stiefmoeder waar ik niet mee kon opschieten mijn eigen zusjes en nog 2 stiefbroertjes en 1 stiefzusje. Zes weken na de dood van mijn vader leerde ik mijn vrouw kennen. Toen ik 19 was zijn we gaan trouwen. We kregen twee dochters en een zoon.

Ik Finy Salki Kuckelkorn


Tommy’s splendid isolation, on a early morning and I wisch you were here / before I forget: Klein Baal an encounter with an unknown / ik Tommy , ik Finy / about a momument for my dearest father

next / previous